Book Categories:
In dit kennisbankartikel behandelen we de verschillende vormen waarop een sensor aangesloten kan worden.
De twee meest voorkomende manieren van het installeren en aansluiten van sensoren zijn middels batterij of aansluitkabel. De doelstelling is in beide gevallen gelijk, namelijk:
- Voeding voorzien aan de sensor;
- Data verkrijgen uit en versturen naar de sensor. Zoals de BUS protocollen (LINK);
- Signaal verkrijgen uit de sensor. Zoals 0-10V, 4-20 mA en triggers.
In de huidige industrie wordt er echter vaker gewerkt met bekabelde sensoren. Ook hierbij kan er onderscheid gemaakt worden in twee types, namelijk:
- Bekabeld, met een vaste kabel aan de sensor;
- Connector, waarbij de sensor aan een losse kabel wordt aangesloten.
Het grote voordeel van het gebruik van een bekabelde sensor is de zekerheid van voeding, data en signaal.
Bekabeld.
De keuze voor een sensor met een vaste kabel, wordt vaak gebaseerd op de applicatie of de markt waarin een bedrijf actief is. Applicaties waar sensoren in vochtige omstandigheden worden gemonteerd, zijn vaak voorzien van vaste kabel. Dit om lekkage bij de connector tegen te gaan.
Voor applicaties waarbij 110 / 230 Vac wordt gebruikt, is een vaste kabel standaard. (IS HIER OOK EEN NORMERING VAN?)
De bekabelde sensoren zijn meestal voorzien van 2 meter vaste kabel. Bepaalde type sensoren zijns tandaard ook verkrijgbaar met 6, 10 of 15 meter vaste kabel. Bij grotere oplages is vaak elke gewenste lengte mogelijk.
Voorbeelden van sensoren met kabel zijn: LINK s van maken…
-( K6 sensoren microsonic)
– Telco met kabel
– MD sensor met kabel inductief
– etc.
Voordeel:
- Betere afdichting in vochtige applicaties dan bij een connector;
- Sensor met vaste kabel is vaak net iets goedkoper dan sensor met losse kabel;
- De body / behuizing van een sensor is wat korter
- Bij installatie is de IP graad gegarandeerd.
Nadeel:
- Altijd een vaste kabellengte, geen variatie mogelijk.
- Vervangbaar: Bij een defect van de sensor of een kabelbreuk, moet de complete kabelboom losgemaakt worden. Dit kost veel tijd.
Connector.
Wanneer een sensor is voorzien van een connector, betreft dit meestal een M8 of M12 connector. Deze worden namelijk standaard gebruikt in industriële toepassingen. Bij het kiezen van de juiste aansluitkabel moet er goed gekeken worden naar hoeveel polig de sensor is. Wanneer de sensor bijvoorbeeld 4 polig is, dient er een 4 aderige kabel aangesloten te worden.
Voordeel:
Wanneer een sensor kapotgaat is het verwisselen vaak Plug en Play. Schroef de oude sensor eraf en de nieuwe erop. De kabel hoeft niet vervangen te worden. Dit is vaak een tijdrovende klus als deze vele meters door een kabelboom gaat in een applicatie.
Elke applicatie kan andere wensen en eisen aan kabels stellen, zoals:
- Een specifieke gewenste lengte per sensor;
- De mantel van Purr, PVC of TPE;
- shielded of un-shielded;
- beschermingsklasse IP67, IP68 of IP69K;
- Met of zonder signaal led op de kabel. (LINK)
Nadeel:
Vaak is de combinatie sensor met connector + aansluitkabel iets duurder. In de praktijk kan het voorkomen dat de connector te strak of te los wordt vastgemaakt. Hierdoor komt de gewenste beschermingsklasse in gevaar en kan er kortsluiting ontstaan.
Batterij
Batterij heeft als voordeel dat je op moeilijk bereikbare plekken, waar geen vaste voeding is, toch een sensor kunt plaatsen. Voorbeelden hiervan zijn de IOT oplossing zoals deze radar (LINK), of een lijn laser die demontabel in een machine zit (LINK). In de toekomst worden er steeds meer sensoroplossingen ontwikkelt die periodiek (bijvoorbeeld dagelijks) een signaal moeten verzenden. Denk hierbij aan de vulgraad van een container, waterreservoir, bunkeropslag, etc.. Een nadeel van dit type voeding, is de batterijduur. Deze is beperkt en geeft een limiet aan het aantal metingen dat de sensor kan uitvoeren over een X-periode. Als vuistregel kan gesteld worden: Hoe meer metingen, hoe korter de lifetime.
